Plak instructie

1: Een sticker bestaat uit 3 delen:

1. applicatietape
2. de sticker
3. het schutvel

Hulpmiddelen: Rakel (bv bankpasje of plastic ijskrabber)

2: Bepaal de plaats van de sticker. Plak nu boven aan de zijkant plakband (schilderstape); zo kun je de definitieve positie van je sticker bepalen.

3: Wanneer de sticker goed gepositioneerd is, plak je over de hele breedte van de bovenkant schilderstape. Verwijder nu de 2 stukjes tape aan de zijkanten.

4: Pak het gehele vel omhoog en verwijder het schutvel (3) van de applicatietape en sticker. Doe dit voorzichtig zodat de sticker goed aan de applicatietape (1) blijft plakken. Wrijf met een rakel/pasje alles nog goed na en trek voorzichtig de applicatie van de ondergrond.

5: Nu het schutvel verwijderd is, breng je de applicatietape met sticker weer naar beneden. Pak deze met je hand aan de onderkant de applicatietape en hou deze ligt strak getrokken een paar cm van de ondergrond.

6: Wrijf de sticker geleidelijk horizontaal naar beneden op de ondergrond. Gebruik hiervoor de rakel (bv bankpasje of plastic ijskrabber).

7: Wrijf met de rakel/pasje alles nog goed na en trek voorzichtig de applicatie van de ondergrond.

8: Eventuele luchtbelletjes kun je met een speld doorprikken en weg wrijven. Na enkele dagen is de sticker goed aan de ondergrond gehecht.